Na
een nacht vol met plasstops werden we om half 7
weer wakker. Iets voor 7 waren we al gewassen en besloten we alvast
naar benden
te gaan. Het ontbijt was helaas nog niet klaar, zodat we van de tijd
gebruik
maakten om de Spaanstalige formulieren met behulp van Ellen in te
vullen. Pas
om kwart over 7 was het ontbijt gereed en konden we naar binnen. We
hadden
gisteren bij Ellen al opgegeven wat voor een ontbijt we wilden, dus
werden we
aan tafel bediend. Vooraf kregen we een heerlijk gevuld bord met vers
fruit, dat
werd gevolgd door een bord roereieren met bruinebonenprut. Het smaakten
allemaal prima. Na het ontbijt nog even snel naar de kamer om de tanden
te
poetsen en de handbagage te pakken. Om 10 over 8 vertrokken we.
Het was slechts 10 minuutjes rijden naar de Belizaanse
grens. Uiteraard moesten we eerst bij de Mexicaanse
grens uitchecken, daarbij hadden we ons wit/rood ingevulde formulier
nodig. Het
uitchecken verliep vlotjes, zodat we snel in de bus klommen om naar de
Belizaanse
grens te rijden. Hier deden ze wat moeilijker en moesten we ineens
allerlei extra formulieren invullen, die al jaren niet werden gebruikt.
Ellen
had ons hier al voor gewaarschuwd. De zwarte neger, die achter de balie
zat,
had helemaal geen zin om mee te werken en probeerde ons dan ook lekker
te
dwarsbomen. Gelukkig kreeg hij iets later hulp van een collega die iets
makkelijker was. Met de koffers in de hand liepen we langs de inspectie
post,
die allerlei vragen aan ma begon te stellen, maar daar bleef het
gelukkig bij.
Kwart over
9 zaten we
allemaal weer in de bus en begonnen we aan onze rit door Belize
naar de archeologische site van Xunantunich. In de
tussentijd hadden
we de tijd een uurtje terug gedraaid aangezien Belize niet
aan de zomertijd deed. Na ongeveer een uurtje rijden, hadden we een
korte
plaspauze bij een heel klein shellstation in het dorpje Orangewalk.
Hier konden
we met Amerikaanse dollars wat drinken kopen. Gelukkig konden we wat
lenen,
want wij waren niet in het bezit van kleine coupures. Een
klein kwartier later vertrokken we weer.
In de bus moesten we inmiddels van plek veranderen aangezien we nogal
nat van
de airco werden. Kwart over 11 hadden we wederom een korte plaspauze
bij het ‘Cheers’
restaurant. Nog steeds waren we niet op de plaats van bestemming. We
reden door
naar ‘Caesar’s Place’, waar we een
heerlijke Creoolse
lunch voorgeschoteld kregen.
Dit bestond uit een bord met rijst, beef, salade en een stukje
watermeloen als
toetje. Het smaakten allemaal voortreffelijk. Na de lunch snuffelden we
nog
even in de bijbehorende winkel, voordat we naar de bus gingen voor het
laatste
stukje naar Xunantunich (=Stenen
vrouw).
Half 3 arriveerden we bij
het pontje wat ons over de Mopan-rivier
naar het eiland zou brengen, waar zich de archeologische site bevond.
Op het
pontje ging ook een klein busje mee, om ons naar boven te brengen. Het
was
vanaf het pontje nog een aardig eindje klimmen en omdat we al krap aan
de tijd
zaten werden we naar boven gereden. Dat moest overigens wel in
tweeën gebeuren,
want het busje was te klein voor de hele groep. Ellen
ging met het eerste
busje mee, zodat zij meteen de entree kaartjes kon kopen. Nadat
iedereen
gearriveerd was liepen we het laatste stukje naar boven. We hadden een
plaatselijke gids, die ons het een en ander over de site
vertelde. Terwijl we
naar het meest imposante gebouw (El
Castillo) van de site liepen, vroeg de man of we interesse
hadden in een
vogelspin (tarantula). Nou dat
wilden
we natuurlijk wel zien. Met een stokje haalde hij een webje weg voor
een hol
waar zich de beruchte spin bevond. En ja hoor, na nog geen minuut kwam
het
spinnetje (nouja spinnetje!) naar buiten gewandeld. Zei het enigszins
wat
geïrriteerd. Nadat de man zijn verhaal verteld had, konden we El Castillo beklimmen. Van bovenaf
hadden we een prachtig uitzicht over een groot deel van het complex.
Iets voor 4 vertrokken we weer met de bus
naar de Guatemalteekse grens. Dit
was slechts 10 minuutjes rijden. Eerst moesten we weer uitchecken bij
de Belizaanse
grens, waar we eerst nog even $15.- moesten betalen. Vervolgens door de
paspoortcontrole en achter deze post konden we heel goedkoop, met hulp
van
Ellen, alvast wat Dollars omwisselen voor Quetzallen. Uiteindelijk voor
100
dollar (koers 1 dollar= 0.735 Quetzal) aan Quetzallen gekocht. Al
lopend konden
we verder naar de Guatemalteekse grens. Hier verliep alles voor ons
heel
vlotjes, alleen toen Martin, onze chauffeur, aan de beurt was deden de
printers
het niet meer. We hebben uiteindelijk anderhalf uur moeten
wachten voordat we
eindelijk verder konden. Inmiddels begon het al
aardig te schemeren, zodat we politie begeleiding kregen tot aan de
geasfalteerde weg. Tijdens de rit op de onverharde weg, gleden we een
keer
flink uit en kon Martin de bus nog net overeind houden (pfff). Het was
nog een
aardig eindje rijden in het donker. Pas na 30 minuten rijden, kwamen we
eindelijk op de geasfalteerde weg terecht en namen we afscheid van de
politieagenten.
Rond
half 8 arriveerden we
eindelijk bij het 'Hotel Casona de la Isla' in Flores. Aangezien de stad uit nogal
kleine en smalle straatjes
bestond, kon de bus niet voor het hotel parkeren. Achteraf bleek dat
het best
nog wel een aardig eindje lopen was naar het hotel. Op zich geen
probleem
natuurlijk, maar met
de koffers erbij best zwaar. Toen we eindelijk op de kamer
kwamen, bleek dat er een enorme kakkerlak in de badkamer zat.
Op het moment
dat
wij hem wilde pakken, was hij verdwenen….. De
koffer jongen hielp mee met
zoeken, maar we konden hem uiteraard niet meer vinden. Ellen wilde ons
een
andere kamer geven, maar dat kon niet want het hotel
zat helemaal vol. We
kregen een appartement aangeboden, maar dat had maar
één bed. In een ander
hotel, wat verbouwd werd, liepen ook kakkerlakken rond. We besloten
maar op
dezelfde kamer te blijven. Ze zouden het voor ons sprayen, zodat we
hopelijk
geen last meer zouden hebben van die enge beestjes. In
de tijd dat onze kamer
gesprayd werd, gingen we op zoek naar een internetcafé om
wat mailtjes te
sturen. Er waren genoeg internetcafés, zodat we er gewoon
maar eentje binnen
liepen. De kosten vielen reuze mee. We waren maar 6 Quetzal kwijt voor
een half
uurtje internetten, echt spotgoedkoop! Eenmaal terug op de kamer even
lekker
gedoucht en gauw naar bed, want het was een extra lange dag geweest met
al die
gekke tijden.