Dag 6: Dimmuborgir - Leirhnjúkur Dinsdag 14 Juni 2005
Precies om 7 uur liep de wekker af en hadden
we een half uurtje de tijd om ons op te frissen voor het ontbijt. Geheel
onverwachts was het een drukte van jewelste bij het ontbijt. Waarschijnlijk was
er een complete (bejaarden)groep gisteravond laat nog gearriveerd. Gelukkig
hadden ze al een tijdje van het ontbijt genoten, zodat ze vrij snel de zaal
verlieten en wij het ontbijtbuffet voor ons alleen hadden. We kwamen ook weer
hetzelfde Nederlandse echtpaar uit het 'Varmahlið'hotel
tegen. Half 9 vertrokken we
richting de Krafla, maar het bleek veel te mistig te zijn voor een mooi
uitzicht, zodat we besloten om eerst de grotten van Grjótagjá te bezoeken. De
grotten bevonden zich in een barst in de aardkorst en waren vroeger populaire
badplaatsen. Helaas is de watertemperatuur in de jaren 70 gestegen van 40 naar
60˚C. Er waren twee ingangen; in de tijd dat er nog gebaad werd, was er een
voor de vrouwen en een voor de mannen. Als laatste klommen we ook nog even naar
boven om de barst te kunnen zien. Het was een wonderlijk gezicht om in de aarde
te kunnen gluren.
Vanaf
Grjótagjá reden we verder naar het
nabij gelegen Dimmuborgir (Donkere burcht). In dit grillig
gevormde lavalabyrint maakten we een wandeling langs de vele
wonderlijke lavarotsen. Er
waren diverse wandelroutes van verschillende afstanden. We hadden
niet echt een
kleur gekozen en liepen zomaar een rondje totdat we ineens de
welbekende
lavaformatie met de naam ‘het gat’ zagen liggen. In het gat hadden we een
prachtig uitzicht over het lavalabyrint. Vervolgens besloten we om naar de, ietsje
verderop gelegen, Hverfell explosiekrater te lopen. Het was een leuke wandeling
door de verschillende lavaformaties. Af en toe zagen we zelfs nog sneeuw tussen
de vele kieren en spleten liggen. Eenmaal bij de krater aangekomen, vonden we
dat we krater ook maar moesten beklimmen. We hadden niet voor niets dat hele
eind gelopen. Het klimmen was behoorlijk pittig aangezien de krater grotendeels
uit as was opgebouwd. Bij iedere stap zakte je voor de helft weer naar beneden.
We hadden ruim een uur voor onze beklimming nodig, maar het uitzicht was fenomenaal.
We maakten nog een rondje over de kraterrand en verlieten de krater weer via de
andere kant, die beduidend een stuk minder zwaar was.
Om 2 uur waren we weer
terug op de parkeerplaats, waar we blij waren dat we even konden zitten. We
reden vervolgens naar Reykjahlið, waar we bij het informatiecentrum onze blaas
konden legen. We vroegen gelijk naar de toestand van de weg naar de Dettifoss. Die
bleek wel heel slecht te zijn, maar met een normale auto gewoon begaanbaar. Ons volgende doel was toch weer het Krafla
gebied. We bezochten als eerste Víti. De Víti was een met water gevulde
explosiekrater uit 1724. De randen waren nog bedekt met een dikke laag sneeuw
wat prachtig kleurde bij het azuurblauwe water. We maakten een wandeling over
de rand van de krater en kwamen vervolgens bij een klein solfatarenveld. Via de
andere kant van de kraterrand, die overigens een stuk kouder was door de gure
wind, kwamen we weer bij de parkeerplaats uit. We reden een klein stukje
terug naar beneden en kwamen zo op de Krafla-caldera. Vanaf een kleine
parkeerplaats liep een voetpaadje naar de kleurrijke berg Leirhnjúkur. Hier
vonden we een bijzonder mooi solfatarenveld, dat scherp afstak tegen de verse,
zwarte lava op de achtergrond. Het was alleen vreselijk jammer dat het nog
steeds zo ontzettend mistig was, zodat de kleuren lang niet zo mooi waren als ze eigenlijk
zouden moeten zijn. We liepen nog verder de mist in en kwamen uiteindelijk op de lava terecht. Het was
een vreemde gewaarwording om op de broze korst van de hier en daar enigszins
warme en grillig gevormde lava te lopen. Naarmate we verder de lava op liepen,
kregen we steeds meer het idee dat we dichter bij het oog van de krater kwamen.
Het was echt een prachtig gezicht.
Na een wandeling van ruim
anderhalf uur kwamen we weer terug op de parkeerplaats en was het inmiddels
tijd om naar Húsavík te rijden voor onze walvissafari. Voordat we koers zetten
richting Húsavík reden we nog even langs onze kamer om handschoenen te halen.
Gelukkig was het niet zo ver rijden en hadden we nog genoeg tijd voor het
diner. In het 'Salka' restaurant bestelden we een heerlijke Hawaï pizza. Gelukkig
had de serveerster ons niet goed begrepen. We kregen maar één pizza, maar deze
was zo ontzettend groot dat we met zijn tweeën meer dan genoeg hadden. Dit
diner bleek ook nog eens de goedkoopste van nu toe te zijn (ISK 1910). Vanaf het restaurant was het een klein
stukje lopen naar het kaartjesloket van ‘North Sailing’. In de auto nog even
snel een extra T-shirt aangetrokken tegen de kou. Om kwart over 8 vertrokken we
met een klein groepje richting de zee. We kregen allemaal een lekker warm pak
om over onze kleren aan te doen. Ik moet wel zeggen dat het er niet uit zag,
maar het was heerlijk warm. Het duurde een tijdje voordat we wat in ons vizier
kregen. Uiteindelijk zagen we een aantal dolfijnen en puffins (papegaaiduikertjes) voorbij komen,
maar het mooiste was natuurlijk de Humpback-whale (bultrug), die we de rest van de toer
bleven volgen. Het was jammer dat hij telkens maar een klein stukje boven water
kwam, zodat het fotograferen echt een ramp werd. Gelukkig was Jeroen er in
geslaagd om een paar mooie plaatjes te schieten. Halverwege de toer kregen we
nog een ‘lekker’ kopje chocolademelk en een koekje.
Rond kwart voor 11 waren we
weer terug in de haven, waar we snel in de auto stapten voor de rit naar huis.
Het was nog steeds gewoon licht, waardoor we toch het gevoel van tijd een
beetje kwijt waren. Om half 12 arriveerden we op onze kamer, waar we nog even
van de foto’s genoten voordat we eindelijk gingen slapen.