Dag 15: Reykjanes – Blue Lagoon Donderdag 23 Juni 2005
Vanochtend hadden we een wel hele vroege wekker. De
batterijen van de telefoon waren namelijk leeg en dat leverde een heerlijk irritant
toontje op. Om half 8 liep pas de echte wekker af. Het ontbijt was vanochtend erg
karig. We konden slechts kiezen uit wit brood, witte bolletjes of yoghurt. Het
smaakte overigens prima, alleen waren we de afgelopen dagen wat verwend, geloof
ik. Rond kwart over 9
vertrokken we voor een rondje over het schiereiland Reyjanes met Blue Lagoon
ter afsluiting. Via de 41 reden we naar Keflavik en van daaruit namen we de 45
richting Garður. Het meest noordelijkste puntje van Reykjanes, Garðskagi, was
niet meer dan een vuurtoren en een heleboel zeevogels. We bleven dan ook niet
lang hier. We reden snel verder naar
Hafnir via de 41 en 44. Bij de Hafnaberg maakten we onze eerste echte stop. We
dachten bij een berg te zijn, maar dat was het helemaal niet waar. Een enorme
kale zanderige vlakte lag voor ons. Een gemarkeerd paadje bracht ons naar de
rand van de kust. Hier was het een drukte van jewelste. Er vlogen heel wat
verschillende vogels rond. Nadat we een hele tijd hadden gekeken, zagen we
eindelijk onze vriendjes, de PUFFINS! Met het statief in de hand zochten we
naar een geschikt plekje om ze voor de allerlaatste keer vast te leggen. Jeroen vond een paartje niet ver van ons vandaan
op een iets lager gelegen richeltje.
Kwart over 2 kwamen we
weer bij de auto aan, waar we eerst even onze maag vulden met lekkers zoals koekjes, bananen
en limonade. Ons volgende doel was het uiterst zuidelijkste puntje van
Reykjanes, Reykjanestá. Ook hier stond een enorme vuurtoren en zag het werkelijk zwart
van de meeuwen. Ten noordoosten van de vuurtoren vonden we een interessant
hete-bronnengebied met talloze zwavelbronnen, sputterende modderpoelen en een
enkele niet meer werkende geiser. Hier werden we bovendien weer belaagd door
een hele kolonie Noordse sterns, zodat we snel weer in de auto stapten.
Rond half 5 arriveerden we bij Blue Lagoon.
Nadat we de kaartjes hadden gekocht, konden we ons omkleden. Het was buiten
behoorlijk koud, maar het water had een heerlijke temperatuur. Jeroen dobberde
al in het water, toen ik pas kwam aanlopen. Het was best raar om in het
melkachtige water te baden. De bodem was bedekt met een soort zwart zand, wat
je eigenlijk niet zou verwachten. Het zou logischer zijn als er een witte
substantie op de bodem zou liggen vanwege de kleur van het water. Het
heerlijke
warme water kwam van de nabij gelegen Svartsengi-warmwater en
krachtcentrale,
die we vanuit het water konden zien liggen. Halverwege ons bad leek het
ons toch wel
leuk om wat fotootjes te maken, zodat ik de gelukkige was die uit het
water
mocht klimmen om het fototoestel te halen. Na het modderbad besloten we
eruit te gaan om lekker wat te gaan eten. In het restaurant van Blue
Lagoon hadden we
ons laatste diner in IJsland. Ik had een heerlijke zalmmoot uitgekozen
en
Jeroen ging nogmaals voor de lams-schotel, bij elkaar ISK 4960. Een
uurtje
later vertrokken we uit Blue Lagoon en reden we naar Seltun, het
actiefste hete-bronnengebied
van Zuidwest-IJsland. We parkeerden de auto op de parkeerplaats en
maakten een
wandeling door het gebied. Het was zeer kleurrijk en lag enigszins
verscholen.
Het was alleen jammer dat het nogal beschadigd was. De sporen van de
geëxplodeerde
bron waren nog duidelijk zichtbaar. Bovendien hadden grapjassen
geprobeerd er
op te lopen, wat natuurlijk levensgevaarlijk is. Toen we terug wilden
lopen
naar de auto viel Jeroen bijna in een pruttelende modderpoel. Doordat
hij een
foto wilde maken leunde hij iets naar voren, maar de plank waar hij op
stond
lag los.
Om 10 over 9 kwamen we weer
bij ons hotel aan en waren we eigenlijk wel moe. Eerst nog even lekker
gedoucht, want het water van de Blue Lagoon had toch wel een rare uitwerking op onze huid, alsof
er een tweede huid gevormd was. Uiteraard moesten we ook nog de koffers
inpakken, want morgen was immers onze laatste dag van deze prachtige reis. Pas om half
11 gingen we slapen.