Dag 14: Brúarfoss – Reykjavik Woensdag 22 Juni 2005
Pas om half 8 werden we gewekt door de wekker. Het
ontbijt was in het nabij gelegen hoofdgebouw, waar we ons gisteren hadden
ingecheckt. Het was ontzettend rustig, zodat we alles voor onszelf hadden. Het
was een enorm uitgebreid buffet ontbijt met koekjes, toast, brood, yoghurt en
fruit. Om kwart over 9 vertrokken we naar Geysir
voor de sneeuwscootertocht. Bij het infocentrum cq souvenirwinkel vroegen we
waar we moesten zijn. We kregen te horen dat we naar 4509900 moesten bellen.
Jeroen vond het geen probleem om in het Engels te bellen. Er bleek een tocht om
12 en 2 uur te zijn, maar we moesten wel naar de andere kant van de gletsjer
aangezien we een gewone auto hadden. De rit daarna toe zou 3 uur duren en
daarna zouden we ook nog 3 uur naar Reykjavik moeten rijden en dat voor 1
uurtje op een scooter. Dat was te gek, dus bliezen we de safari maar af.
Als alternatief reden we
terug naar Laugarvatn en namen we de afslag Miðhússkogar voor de Brúarfoss.
Deze waterval moesten we te voet zien te bereiken. Met het Dominicus boek in de
hand volgden we de aanwijzingen. We parkeerden de auto bij de receptie van het
zomerhuisjespark. Hier ontmoetten we een Nederlands echtpaar wat ook de
waterval wilden bezoeken. We liepen het park verder in totdat we bij een
zijweggetje kwamen, waar we links afsloegen. Tussen de zomerhuisjes door kwamen
we bij de omheining van het park, waar zich een trappetje bevond. We klommen
over het hek en volgden vervolgens de blauwe paaltjes door de lage begroeiing
en heide. De waterval was duidelijk aangegeven alleen het laatste stukje was
een beetje verwarrend. De wandeling was het meer dan waard, want de waterval
was prachtig. Het helblauwe water stak scherp af tegen het donkere gesteente.
Het was ook een heerlijk foto object. Nadat we heel wat plaatjes
hadden geschoten, besloten we via dezelfde weg weer terug te gaan. Op de
terugweg kwamen we het Nederlandse echtpaar weer tegen, die hadden er beduidend
wat langer over gedaan. De weg naar de auto ging heel wat sneller, dan de weg
naar de waterval. Rond half 2 waren we terug bij de parkeerplaats van het
zomerhuisjespark.
We reden terug richting Laugarvatn. We
maakten een korte stop bij de Esso en kochten een broodje en een ijsje. Jeroen
kreeg het wel 4 keer voor elkaar om een ijsje te kiezen die ze niet hadden.
Overigens wel vreemd, want zet dan niet zo’n groot bord neer. Via de 365 reden
we verder naar Þingvellir. Een leuke en zeer hobbelige weg, die ons aan de
andere kant van het park deed uitkomen. Bovendien vonden we langs deze weg de
laatste verkeersborden, die ik nog miste in mijn verzameling. De 36 bracht ons
verder zuidwaarts om het Þingvallavatn heen. De afslag naar de 360 was erg
onduidelijk. We reden er dan ook in eerste instantie voorbij. Bovendien stond
er langs de weg een bord, waarop stond dat de weg verboden was voor gewone
auto’s. Wij begrepen niet waarom en besloten de weg toch te nemen. Het was een
behoorlijke klim, maar verder was er niets gevaarlijks aan. De rest van de weg
naar Reykjavik reden we langs de pijpleiding met het warme water voor de
hoofdstad van IJsland.
Rond half 5 arriveerden we
bij ons hotel in Reykjavik. We brachten vlug onze koffers naar kamer 215, zodat
we snel naar de haven konden in de hoop nog een walvissafari te kunnen maken.
We waren gelukkig op tijd, want de boot lag nog in de haven. Bij het
kaartjesloket kregen we te horen, dat het ondanks het mooie weer toch geen goed
walvisweer was. Ze vertelden dat de laatste safari’s heel weinig hadden
opgeleverd en raadden het ons dan ook af om te gaan. We konden beter morgen of
overmorgen terug komen. We besloten dat we dat beter konden doen. Dan maar een rondje Reykjavik. We wandelden
naar het monument aan de zee. Deze prachtige Vikingboot glom mooi in het
avondzonnetje. Uiteraard moesten er een aantal fotootjes gemaakt worden.
Vervolgens liepen we verder de stad in naar de Hallgríms-kerk. Deze grootste
kerk van IJsland is ontworpen door de bekende staatsarchitect Guðjón
Samúelsson. Basaltkolommen vormden de belangrijkste inspiratiebron voor het
ontwerp. De bouw heeft ruim 40 jaar geduurd en voor de kerk stond het
standbeeld van Leif Eiríksson. Ook hier werden er uiteraard heel wat foto’s
gemaakt.
Inmiddels hadden we al
aardig trek gekregen en gingen we op zoek naar een restaurant. In de grote
winkelstraat ‘Laugavegur’ vonden we een gezellige bistro ’Enrico’ genaamd,
waarvan de menukaart ons wel aanstond. We namen allebei een alcoholvrije
cocktail. Als hoofdgerecht had ik een heerlijke spaghetti bolognese en Jeroen
had voor een heerlijke Lasagne gekozen. Mijn spaghetti kwam in een enorme
schaal en bleek achteraf ook veel te veel voor mij te zijn. De Lasagne daar en
tegen kwam op een heel eenvoudig bord, maar was wel erg lekker (ISK 4960). Na het diner besloten we
nog even te gaan shoppen. In een boekwinkel kocht Jeroen Lost in Iceland, een
prachtig fotoboek over IJsland en ik vond het trollenboek, dat ik in het volksmuseum
van Skogár had gezien. Als laatste liepen we nog even naar het Tjörnin, waar we
van het avondzonnetje en de eendjes genoten. Rond half 10 waren we terug
in het hotel en stonk de kamer nog steeds vreselijk. Jeroen had ’s middags de
vieze plek in de badkamer al verwijderd, maar dat had blijkbaar niet geholpen.
Na een heerlijke douche hielden we de badkamer deur goed dicht. Voor het
slapengaan hebben we nog snel ons programma van morgen bekeken en zorgde ik mijn
dagboek bijgewerkt was.