Dag 10: Nesjahverfi – Kirkjubæjarklaustur Zaterdag 18 Juni 2005
Vandaag extra vroeg uit de veren voor een geweldige
dag. Om 7 uur hadden we de wekker gezet, aangezien we een aardig eindje moesten
rijden voor ons ontbijt. We hadden weer een heerlijk ontbijtbuffet met toast,
wasa® crackers en brood. Het allerlekkerste vond ik toch wel de yoghurt met
chips en krenten (jammie, jammie, jammie). Rond 9 uur konden we eindelijk vertrekken,
nadat we al onze sleutels hadden ingeleverd. Via de 1
reden we langs de kust verder naar het zuidwesten. Onze eerste stop was eerder
dan verwacht bij het mooiste gletsjermeer van IJsland: Jökulsárlón. Vanaf de
weg zagen we het al liggen. We parkeerden de auto en liepen direct naar de dame
in het gele vest om een boottochtje te reserveren. We hadden nog ruim de tijd
voordat onze 'autoboot' vertrok, zodat we nog wat foto’s op een heuveltje van het 190m
diepe meer konden maken. De afgekalfde ijsbergen van de Breiðamerkurjökull
kleurden prachtig in het meer en verschilden onderling sterk van grootte en
vorm. Het was alleen jammer dat het bewolkt was, anders zouden de foto’s nog
mooier en spectaculairder zijn.
Om half 11 vertrokken we met het
amfibievoertuig voor onze boottocht. We zorgden dat we als een van de eerste
aan boord gingen, zodat we een goed plekje konden uitzoeken. Pas nadat iedereen een zwemvest
aan had en was gaan zitten, begon de 'autoboot' te rijden. Toen de boot het water in
reed, spoelde er heel wat water over de rand heen en werden alle tassen die op
de grond stonden drijfnat. Gelukkig hadden wij onze tassen op de
rug gehouden. We voerden langs veel indrukwekkende
ijsbergen met de raarste vormen, maar het meest aparte vond ik toch wel de
zwarte ijsbergen. Midden
op het meer stopten we en kregen we het een en ander
over het meer en het ijs te horen. Ook konden we een stukje gletsjerijs
van miljoenen jaren oud proeven. Na ruim een half uurtje varen over het
meer, keerden we
terug naar de kade waar we vergezeld werden door een hele kolonie
zeehonden. Eenmaal terug op het vaste
land liepen we naar de monding van de Jökulsá á Breiðamerkursandi rivier, waar
de ijsbergen de open zee op dreven. We hadden geluk, want we zagen een ijsberg
de vrijheid tegemoet gaan. Op het naburige strand lagen verschillende
ijsklompen, die prachtig afstaken tegen het gitzwarte zand. We liepen terug
naar de parkeerplaats. Bij de brug stonden we nog even stil en keken we naar de
duikende sternen die aan het vissen waren. In het winkeltje bestelden we een
heerlijke wafel met jam en slagroom (ISK 350 ps), zodat we er weer even tegenkonden. Vanaf de parkeerplaats reden we een heel
klein stukje verder naar een ander meer, het Fjallsárlón. We moesten direct
voor de Hrútá-rivier een zijweggetje naar rechts volgen. Het werd een zeer
hobbelige en spectaculaire weg, absoluut niet geschikt voor onze auto. Nadat we
de auto ergens langs de weg hadden geparkeerd, liepen we verder naar het meer. De
ijsbergen in dit meer waren afkomstig van de Fjallsjökull. Terwijl we van het
uitzicht stonden te genieten, hoorden we een hele lading ijs in het water
storten. We konden helaas niet precies zien waar het was, omdat er een ijsberg voor
lag.
We reden verder richting Ingólfshöfði over
de 1, waar we rond kwart voor 2 arriveerden. Helaas zagen we de tractor in de
verte net weg rijden. We moesten wachten tot de volgende rit van 3 uur. We
besloten om nog even een stukje te rijden in plaats van daar te blijven
wachten. Jeroen wilde alvast even kennismaken met het stadje Skaftafell. Alleen
bleek dit een misverstand, want Skaftafell bleek geen stad maar een nationaal
park te zijn. Bij het naburige tankstation maakten we even gebruik van het
toilet, zodat we op
ons gemak naar Ingólfshöfði konden terugkeren. Om kwart
voor 3 waren we weer terug op de
parkeerplaats samen met nog 6 andere mensen. Al gauw kwam de boer
op zijn
mountainbike aan stormen. Hij zag er heel anders uit dan we gedacht
hadden van
een boer. Als vee werden we over het plateau naar de alleenstaande
de kaap
vervoerd. De tocht duurde een ruim half uurtje en af en toe werden we
kompleet
gezandstraald. Vlakbij de kaap mochten we uitstappen en begon onze klim
naar de
76m hoge kaap. Eenmaal boven had het
zwarte zand plaats gemaakt voor prachtig groen gras. We stopten bij
het gedenkteken aan Ingólfur Arnarson, de eerste bewoner
van IJsland. De boer
vertelde er uiteraard het een en ander bij. Al gauw zagen we de eerste puffins
langs de rand zitten. Ze waren inderdaad helemaal niet bang en bekeken ons
nieuwsgierig. Het waren er zoveel dat we onze ogen uitkeken. We kregen ruim de
tijd om ze vast te leggen, wat overigens niet mee viel door de enorme wind die
er stond. Jeroen vond nog een heel bijzonder exemplaar. Hij wist hem vast te
leggen met zijn camera, zodat we hem beter konden bekijken. De boer was verrast bij
het zien van deze zwartkoppapegaaiduiker. Hij had er nog nooit zo een gezien en
volgens hem was het nog een jonkie, dat eigenlijk iets te vroeg naar
Ingólfshöfði was gekomen.
We vervolgden onze weg naar het knal oranje
reddingshuisje, waar de laatste bezoekers, tot ergernis van de boer, hun afval
hadden achtergelaten. We liepen langs de rand van de kaap en hadden zo een prachtig
uitzicht op de beukende zee. Onderweg kwamen we nog een stelletje schapen
tegen, die ons schaapachtig aankeken. Midden op het eiland bevonden zich een
aantal nestelden grote jagers, die ons nauw in de gaten hielden. Bijna hadden
we een kuiken vertrapt, die lag namelijk zo verdekt opgesteld, zodat we hem haast
niet hadden gezien. Gelukkig had de boer ons al gewaarschuwd, zodat we heel
voorzichtig liepen. Voordat we de kaap weer overstaken terug naar de tractor,
wierpen we nog een blik op de geweldige kolonie papegaaiduikers. Langs de rand
zaten ze gezellig van de zon te genieten. Beneden op de rotsen zagen we ook nog
hele groepen zeekoeten zitten.
Rond 6 uur arriveerden we
weer bij de auto, na een enerverende rit. Uiteraard moest er nog betaald worden
en dat kon gelukkig met onze visa-card (ISK 1500 pp). Jaja, een echte hyper
moderne boer. We moesten nog een aardig eindje rijden naar ons hotel, waar we
pas om kwart over 7 aankwamen. Nadat we de spullen op onze kamer hadden gezet,
gingen we naar voor het diner. Bij het eerste de beste
Shell station bestelden we een pita broodje met wat patatjes en een fanta (ISK
995 pp). We maakten nog een klein rondje door de stad, waarbij we nog een
restaurant vonden en keerden toen weer terug naar ons huisje.