Na wederom een goede nacht stonden we om half 8 op.
Het ontbijt bestond dit maal uit overheerlijke pancakes,
waar ik er geloof ik wel 4 van op had.
Na
het ontbijt hadden we
nog aardig wat tijd nodig om de koffers en spullen te pakken, zodat

we
pas om
10 voor half 10 vertrokken. Er
stond voor vandaag een bijzondere rit op
het programma, namelijk de Icefields
Parkway. Deze weg was werkelijk een van de mooiste, hoogste
(van Canada
gemiddeld 1700m) en meest enerverende bergwegen die ik ooit heb
gereden. Onze
eerste stop was op de 2068 meter hoge Bow
Summit. Hiervandaan maakten we een kleine maar steile
wandeling door een
subalpien woud naar de Peyto Lake Overlook.
Vanaf dit uitkijkpunt hadden we werkelijk een
prachtig uitzicht
op het smeltwatermeer en het dal van de Mistaya rivier. Aansluitend
maakten we
nog een klein wandelingetje door de aangrenzende weide, waar nog aardig
wat sneeuw
lag.
Na
Peyto Lake namen we de
weg die de vallei van de Mistaya volgde (Mistaya betekent bruine beer (grizzly
bear) in de taal van de Cree-indianen). Een paar kilometer
verderop, lag
beneden in de vallei, helaas onzichtbaar vanaf de weg, het drie
kilometer lange
Mistaya Lake. Toen we het bord Waterfowl
Lake Viewpoint zagen, stopten we de auto bij de eerstvolgende
uitham. Maar
het was een uitzichtpunt van niets, de bomen blokkeerden namelijk het
zicht op
de Waterfowl Lakes. We reden dus, zonder uit te stappen, verder. Al
snel kwamen
we langs een veel grotere uitham. Blijkbaar doelde het bord op dit
uitzichtpunt, want hiervandaan hadden we wèl een mooi
uitzicht op het meer met
op de achtergrond de enorme Mount Chepren. Dus stapten we uit

om wat
rond te
kijken en wat foto's te nemen.
Bij
het Howse Valley Viewpoint, onze
volgende
stop, hadden we ook een prachtig uitzicht en dit maal op het
gelijknamige dal,
de North Saskatchewan Valley en de bergen in het zuiden en het westen.
Voordat
we weer verder reden, namen we een paar grote happen van de heerlijke
cake die
we van onze B&B hadden meegenomen. Het
volgende doel was de Mistaya Canyon.
We volgden een smal,
kronkelend pad door het bos. Na iets meer dan tien minuten lopen vanaf
de auto
kwamen we aan bij een houten brug over de slingerende kloof. Wat een
diepte!
Onderin de kloof zagen we het water van de Mistaya rivier snel stromen.
Het
water baande zich een weg door de kloof, die elke dag dieper schijnt te
worden.
Op verschillende plekken zagen we potholes,
ronde gaten waar het water ooit in rondtolde. Na een klein half uurtje
liepen
we weer terug naar de auto.
Ongeveer
35 kilometer verder naar het
noorden begon de weg in een grote bocht (ookwel Big
Bend genaamd) 400 meter omhoog te klimmen langs de helling
van
de Parker Ridge. Net voor de grens tussen de nationale parken Banff en
Jasper
hadden we bij het North Saskatchewan
Valley Viewpoint een schitterend uitzicht over de weg
beneden in de smalle
kloof en over de rotsen van de Cirrus Mountains. Ietsje verderop
bereikten we
de 2035 meter hoge Sunwapta Pass,
de
werkelijke grens tussen de twee nationale parken.
Vanaf
de pas reden we door
een brede, bijna vlakke vallei. Na ongeveer een kilometer of vijf
kwamen
we bij
het Icefields Centre aan. Vanaf het
informatiecentrum hadden we een mooi uitzicht op de Athabasca Glacier
met
Sunwapta Lake geflankeerd door Mount Athabasca en Dome Peak. In het
Icefields
Centre konden we een tocht per sneeuwbus (snowcoach)
boeken over de voet
van de Athabasca Glacier. In de

boeken hadden we gelezen dat dit een
zeer dure
toeristen attractie van niets was, zodat we besloten deze over te
slaan. Bovendien
hadden we vorig jaar nog in IJsland een spectaculaire ruim drie uur
durende
wandeltocht met gids over een gletsjer gemaakt, dus dit
commerciële tripje
zagen we niet zo zitten. Wel bezochten we het Interpretive
and Information Centre,
waar we een schaalmodel zagen van de
indrukwekkende Columbia
Icefield.
Rond
half 4 reden we verder richting de
ruim 22 meter hoge Sunwapta Falls.
Deze waterval bevond zich aan het einde van een
één kilometer lange toegangsweg
en was zeker een stop waard. Op deze plek zagen we hoe de Sunwapta
rivier
abrupt van koers wijzigde (van noordwest naar zuidwest) om zich
vervolgens in
een diepe kloof te storten, de Sunwapta (Sunwapta=turbulent water)
Falls. Vanaf
een brug hadden we mooi zicht op het bovenste deel van de waterval. Via
een pad
langs de kloof liepen we naar beneden om ook het onderste deel van de
waterval
goed te kunnen bekijken. In de steile rotswanden zagen we verschillende
potholes die het turbulente water
door
de tijd heen had gevormd.
Snel
weer verder naar de
volgende waterval, de Athabasca Falls.
Deze 23 meter hoge waterval konden we vanaf de parkeerplaats al zien.
Op een
aantal plekken stonden borden die meer
informatie over de watervallen
en de
omgeving gaven. Erg interessant! Zo leerden we onder andere dat de
rivier
vroeger een andere route nam, maar deze raakte
langzaam buiten gebruik
doordat
het water een nieuwe, lager gelegen, doorgang gevonden had. De waterval
was
toen ook op een andere plek. In de rotswanden zagen we inderdaad nog
het bewijs
dat daar ooit een rivier gestroomd had. Via een brug liepen we naar de
andere
kant van de huidige waterval op zoek naar het mooiste plekje voor een
foto. We
volgden de geasfalteerde paden naar verschillende delen van de
Athabasca Falls
en de bijbehorende bergkloof. Het
leukste vond ik zelf de Time Tunnel,
dit was namelijk een oudere
route van de rivier/waterval.
Na een half uurtje rondgelopen en gekeken te hebben, stapten we in
de auto
en reden we weer verder richting Jasper.
Het
was nog een klein
stukje rijden naar 'The Glashouse' B&B,
zodat we slechts 10 minuten te laat
arriveerden. Nadat we de koffers op de kamer hadden gezet, gingen we
direct op
zoek naar een geschikt restaurant voor ons diner. In 'L&W' zagen we wel
wat. Dit was een Grieks restaurant en zag er erg gezellig en druk uit.
We kozen
beide voor de verrukkelijke Lams-souvlaki. Na
het diner gingen we nog
even op pad om het eten te laten zakken. We bezochten het iets hoger
gelegen Pyramid
Lake.
Er bevond
zich een klein
eilandje in de meer waarop we een zeer kleine en korte wandeling
maakten. We
genoten heerlijk van het uitzicht en de natuur. Rond half 10 waren we
weer
terug op de kamer voor een heerlijke warme douche.