![]() |
![]() |
|
programma, Becker’s Chalet.
Om half 10 zijn we gereed en nemen we afscheid van Alan en Madeleine. Onderweg
krijgen we heel wat regen over ons heen. We hopen natuurlijk dat het
niet zo de hele dag blijft, maar in de bergen is en blijft het moeilijk
voorspellen. Onze eerste stop is bij de Crossing voor een tankbeurt.
Gelukkig lopen hier mannetjes rond die de tank volgooien, zodat we er
lekker niet uit hoeven. De volgende stop is de Weeping Wall. Via een
smal paadje aan de overkant van de parkeerplaats glibberen we naar boven
over het grind. We zien hier tientallen watervallen verspreid over de
steile rotswand van Cirrus Mountain naar beneden komen. Het water is
afkomstig van smeltende sneeuw hoog op de berg (dat was ook te voelen
brrrr!). Dat lekt vervolgens door spleten in de ogenschijnlijk ondoordringbare
rotswand en stort neer in een serie mooie watervallen.
Vanaf
de Weeping Waal rijden we door naar de Parker Ridge Trail. Gelukkig
ziet het pad er dit jaar goed begaanbaar uit. We hebben beide het idee
dat hij iets verplaatst is en wat anders loopt, maar dat zal wel gezichtsbedrog
zijn. Aangezien het pad vorig jaar helemaal bedolven lag onder een flink
pak sneeuw. We parkeren de auto bij de parkeerplaats en beginnen aan
de wandeling. Het eerste gedeelte van de wandeling voert ons door een
begroeid gebied met hier en daar een boom. Al gauw beginnen we de bergrug
te beklimmen en komen we boven de boomgrens uit. We betreden dan de
zogenoemde alpiene weide, die in de zomer begroeid staat met rode en
witte bergheide, roze moss campions, blauwe vergeet-mij-nietjes
en gentiaan, paarse wikke en wit mountain avens, maar nu is het
slechts een grote witte weide.
Boven aangekomen loopt het pad nog een
stukje verder naar een mooi uitkijkpunt op de Saskatchewangletsjer,
een uitloper van het Columbia Icefield. We hebben geluk, want het wolkendek
trekt net ver genoeg omhoog om een glimp van de gletsjer op te vangen.
Er staat hierboven wel een behoorlijke wind, zodat we de kraag hoog optrekken. Rond
half 2 komen we weer bij de auto aan. Waar we even de tijd nemen om
te lunchen. Eenmaal uitgegeten, gaan we verder richting Jasper. De weg
volgt een tijdje de Upper Sunwapta River en klimt dan naar het
uitzichtpunt van de Sunwapta Canyon en Mount Kitchener (3505m). De heuvel
waar we nu overheen rijden heet Tangle Ridge. De rotswanden aan de rechterzijde
van de weg zijn een favoriete plek van berggeiten (mountain goats)
en dikhoornschapen (bighorn sheep), dus kijken we goed om ons
heen op zoek naar die beesten. Ze schijnen zelfs de weg op te komen
om het zout van de weg te likken, maar wij zien geen enkele berggeit
of dikhoornschaap. De omgeving maakt het gelukkig goed, want het is
nog steeds prachtig. We stoppen bij het uitzichtpunt voor Tangle Falls,
een schitterende, grillige waterval, die vlak langs de weg ligt.
Na
Tangle Falls rijden we door richting Beauty Creek. Net na deze plek
parkeren we de auto langs de kant van de weg in de berm, want volgens
Darwin is dit een van de mooiste plekjes langs de Icefields Parkway.
En hij heeft echt gelijk, wat een prachtig uitzicht! Tijdens het fotograferen
horen we het bekende geluidje van de pika’s (fluithaas) meerdere
malen voorbijkomen. En als we goed kijken blijken er een heleboel in
de rotswanden van de weg te zitten. Ze zijn echter niet echt gewend
aan bezoekers, zodat ze dan al snel wegduiken als we alleen maar een
foto willen maken. De volgende stop bevindt zich langs de kant van de weg. Quartzite
Boulder Pile is een verzameling van enorme rotsblokken langs de kant
van de weg. Je kunt ze eigenlijk niet missen. Deze rotsblokken zijn
hier en daar prachtig begroeid met allerlei gekleurde mossen. Via een
oude highway lopen we naar de andere kant van de plas. We hopen zo nieuwsgierige
mensen op afstand te houden. Bovendien kunnen we nu wat over de rotsblokken
klauteren en wat mooie foto’s schieten met de zon in onze rug. Inmiddels
is het alweer laat en stappen we vlug in de auto om onze weg richting
de Becker’s Chalets te vervolgen. We komen hier netjes om 6 uur aan
en checken in. Het park ziet er gezellig en leuk uit. Bij de balie blijkt
echter wel dat we in een commercieel bungalowpark zijn aangekomen. Het
meisje wat ons helpt, ratelt aan één stuk door en overhandigt ons
dan de sleutels. We zijn de receptie nog niet uit of we horen haar exact
hetzelfde verhaal alweer opdreunen aan de volgende gasten. Het huisje
echter is grandioos. Lekker ruim, aparte slaap- en badkamer, gezellige
openhaard in de woonkamer en een klein keukentje.
Nadat we de auto hebben geleegd, gaan we op weg naar Jasper Town. Het is vanaf het park slechts een kwartiertje rijden. Allereerst gaan we bij de supermarkt langs voor wat boodschapjes, die blijkt helaas gesloten wegens een stroomstoring. Dan maar eerst eten en dat was niet zo moeilijk. L & W family restaurant, is een oude bekende van vorig jaar. Hier hebben ze heerlijke Griekse gerechten op het menu staan voor weinig geld. Voordat we daadwerkelijk aanvallen op onze kip- en de lamsouvlakie ruilen nog even snel van tafeltje. Het is weer gezellig druk in het restaurant en het smaakt allerbest. Rond half 8 zijn we klaar en proberen we het nog even bij de supermarkt. En ja hoor de stroom is hersteld, zodat we limonade, fruit en chipies inslaan. Terwijl we terug over de highway rijden, zien we ineens een groep wapiti’s staan. We keren de auto en rijden terug. Ze zijn helemaal niet bang en we kunnen dan ook op ons gemak foto’s maken. Helaas is het wel wat donker aan het worden, zodat we wat problemen hebben met het licht. Terug op de juiste weg, zien we een hele grote kudde staan. Een mannetje, met een enorm gewei, doet verwoedde pogingen om de groep bij elkaar te houden. Ze blijken daarbij helemaal niet gestoord of gehinderd te worden door de auto’s. Lekker op tijd komen we bij ons huisje aan. We nemen lekker de tijd voor een warme douche en kruipen bijtijds lekker voldaan onder de wol.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |