Vandaag staan we netjes om
8 uur op. Ook vanochtend bestaat het ontbijt uit een flinke kom müsli en een
heerlijk vruchtendrankje. Voordat we vertrekken, bellen we met de privé
telefoon nog even naar huis. Half 10 zijn we gereed en vertrekken we naar Lake
Louise. Vlak voor de parkeerplaats van Lake Louise staan 2 elanden langs de
kant van de weg op hun gemak te grazen. Al snel ontstaat er een gigantische
verkeersopstopping en gaan mensen over de weg lopen om die dieren te kunnen
zien. We worden door een verkeersregelaar gevraagd om door te rijden. De
onderste parkeerplaats staat al behoorlijk vol, zodat we moeten doorrijden naar
de bovenste. Gelukkig is hier nog plek zat. We moeten nu alleen en stukje
verder lopen naar het meer. Precies om half
11 zijn we
gereed om te starten aan onze wandeling, Plain of the Six Glaciers. De
eerste 2
kilometer is lekker vlak en loopt langs het meer. Op dit stukje is het
dan ook
behoorlijk druk. We gaan er maar van uit, dat de meeste mensen tot het
einde
van het meer lopen en dan weer omkeren. Helemaal aan het einde, vlak
voordat de
weg begint te klimmen, zien we bergbeklimmers aan het werk. De
omringende
rotswanden zijn uitermate geschikt om ze te beklimmen. Als je goed
kijkt zie je
in de rotswanden allemaal ankerpunten zitten. Lijkt me geweldig om dit
hier een
keer te doen, maar daar hebben we nu geen tijd voor. Nog net voordat we
het
meer verlaten zien we een aantal mensen met verrekijkers naar de
overkant turen. Nieuwsgierig geworden, vragen we wat ze zien. Wat
blijkt?! Helemaal in
het midden van de rotswand staat eenmountain
goat te balanceren op een randje. Je vraagt je werkelijk af, hoe dat beest
daar is gekomen en wat het er in hemelsnaam te zoeken heeft. We laten Lake Louise
achter ons en lopen verder. Het pad begint nu langzaam te stijgen en in de
verte horen we een soort fluiten geluid. Op een relatief open plek worden we
gewezen op het diertje dat dit geluid voortbrengt, de hoary marmot. Deze grijze marmot heeft
een dikke harige vacht
die op zijn kop en rug zilvergrijs
is. Hij heeft kleine oortjes
en zijn lange klauwen aan de voorpoten hangen dreigend op zijn buik. Hij is
behoorlijk groot zo rond de 50 centimeter, dus een stuk groter dan de marmoten
die wij kennen. Een stukje verder zien we er meerdere op diverse omgevallen
bomen zitten. Het valt op dat de staart en buik roodbruin zijn en niet
zwartgrijs zoals zijn kop en rug. Het pad wordt
steeds zwaarder en lastiger om te lopen. Op een gegeven moment is er niet echt
meer sprake van een pad. We klimmen en klauteren over diverse rotsen en
richels. Zelfs het smeltwater van de berg gebruikt hetzelfde pad. Uiteindelijk
bereiken we een gedeelte waar de weg is uitgehakt in een rotswand. Langs deze
wand hangen staalkabels als een soort leuning, waaraan we ons kunnen
vasthouden. We krijgen wederom te maken met een tempo verschil, zodat we beide
onze eigen weg gaan.
Precies om 12
uur ben ik blij verrast om het theehuis te zien. Bij het eerste de beste bankje
plof ik neer en wacht ik op Jeroen met de camera in de aanslag. We rusten even
uit en genieten van het uitzicht alvorens we verder lopen tot het einde van de
wandeling, waar we daadwerkelijk uitzicht hebben op de ‘Six Glaciers’. Nadat we
beide de reserves weer hebbeen bijgevuld en de blazen hebben geleegd, beginnen
we aan de laatste 1,3 kilometer. Het begin is erg smal, zodat we om de beurten
moeten oversteken. Aangezien het een tweerichtingspaadje is. Al snel verandert
het pad in een grind dijkje. Na elke stap zakken we meteen weer een halve stap
terug. Dat schiet natuurlijk niet op. Hopelijk is het uitzicht al dat gezwoeg
wel waard. Na ruim een half uur ploeteren, komen we op het hoogste punt aan en
kijken we zo op de Abbot’s Pass. We zien daar op het topje een hutje staat. Het
blijkt de Abbot hut te zijn. Een stenen hut die in 1922 is gebouwd ter
nagedachtenis aan Phillip Stanley Abbot. Hij overleed in 1896 tijdens een
poging om Mount Lefroy te beklimmen. We genieten
heerlijk van het uitzicht en laten al het pracht en paal op ons afkomen.
Terwijl we zo zitten, horen we in eens een hoop kabaal. In eerste instantie
kunnen we het niet thuisbrengen en zien we niets. Totdat het nog een keertje
gebeurt en we een enorme witte wolk zien opstijgen. De gletsjer is aan het
smelten en af en toe valt er dus een enorm stuk ijs naar beneden, wat weer een
lawine tot gevolg heeft. Het ziet er allemaal indrukwekkend uit. Vooral het
geluid is bizar. Op de terugweg
komen we nog een nieuwsgierige gold-mantled
ground squirrel (goudmantelgrondeekhoorn)
tegen. Deze is wel zo nieuwsgierig, dat hij zowat in mijn camera klimt. Rond
kwart voor 2 zijn we terug bij het theehuis, waar we nog even op die heerlijke
banken uitrusten en wat eten. Een klein half uurtje later beginnen we aan de
terugtocht. Al vrij snel zie ik opeens iets wegschieten. Terwijl ik stop en wat
beter kijk, komt er een short-tailed
weasel (hermelijn) te voorschijn. Hij is vreselijk beweeglijk en nieuwsgierig. Hij rent van
de ene naar de andere kant. Wanneer hij ervandoor gaat, heeft hij een grijze
muis in zijn bek. Echt een prachtig gezicht!
Rond half 5 komen we weer
beneden bij Lake Louise aan. Het begint nu zachtjes te regenen terwijl we het
laatste stukje langs het meer lopen. Gelukkig staan er een hoop bomen, zodat we
er weinig last van hebben. Onderweg komen we nog een paartje nieuwsgierige
Canadese gaaien tegen. Eentje is zelfs zo nieuwsgierig dat hij bij een dame op
het bankje gaat zitten. Een erg komisch gezicht. Een klein kwartiertje later
komen we al bij de auto aan. Het is nog relatief vroeg, zodat we direct even
wat boodschapjes doen alvorens we gaan eten (Kip Teriyaki & Meat Lasagne)
in het 'Mountain' restaurant. Rond half 7 komen we met gevulde
buikjes weer naar buiten en vertrekken we richting Field. Naarmate we dichter bij
Field komen, begint het steeds donkerder te worden. Als we dan ook de bocht
omkomen, zien we een gigantische bui boven Field hangen. Gelukkig kunnen we de
auto precies voor de deur parkeren, zodat we er weinig tot geen last van
hebben. Terug op de kamer hebben we eerst alle spullen verzamelt en de koffers gereed
gemaakt voor vertrek. Morgen vertrekken we namelijk weer naar ons volgende overnachtingadres.