Dag 6: Gondar - Debark
Maandag 19 maart 2012
Deze ochtend worden
we om half 7 gewekt door geklop op de deur. Als we naar buiten kijken zien we
dat het stadje prachtig is gehuld in een ochtend nevel. Voor het ontbijt maak
ik nog snel even wat foto’s. Kwart over 7 zitten we al aan het ontbijt. We
kunnen kiezen uit verschillende soorten ei met toast. De toast is echter zo
hard dat onze tanden er pijn van gaan doen. Er is helaas niets
anders dus
worstelen we ons door de keiharde en droge toast heen. Na het ontbijt rennen we
nog even snel terug naar de kamer om de tanden te poetsen en de overige spullen
te pakken. De koffers liggen inmiddels al weer op het dak van de bus. Om 8 uur
vertrekken we richting Debark en de Simien Mountains. Al vrij snel hebben we
een korte fotostop bij een joods dorpje; ook wel Falasha’s genoemd. Falasha's
zijn Joodse Ethiopiërs. Ooit leefden er 35.000 tot 40.000 joden in Ethiopië. Ze
leefden voornamelijk in de provincie Gondar. Ondanks dat de Falasha’s
eeuwenlang vernederd en vervolgd zijn, hebben ze hun geloof nooit verloren. In 1975 werden
ze door de staat Israël wettelijk als joden erkent. In de hongersnood van 1984
werden 7000 Falasha's door een geheimgehouden evacuatie-operatie, opgezet door
de Israëlische regering, naar Israël overgebracht. Van eind 1984 tot begin 1985 werden er bij de
zogeheten 'operatie Moses' meer dan 12.000 Falasha's met een luchtbrug naar
Israël gebracht. In 1989 werd opnieuw een luchtbrug gevormd en in 1990
emigreerden ongeveer 3500 Falasha's naar Israël. In mei 1991 werden ongeveer
14.000 Falasha's uit Ethiopië naar Israël geëvacueerd. De lemen hutjes die we
zien bevatten nog de joodse tekeningen en we zien boven de deuren ook de
davidsster. Al snel zien we overal kinderen en verkopers te voorschijn komen.
We maken snel wat foto’s en rijden weer verder.
Na twee en half uur rijden begint de nood wat hoog te
worden, maar aangezien we een beetje in the middle of nowhere zitten zoekt de
chauffeur een geschikte plaats in de natuur voor ons. Bij een stenen muurtje
worden we losgelaten en iedereen rent snel achter het muurtje. Het is een
komisch gezien al die witte kontjes op een rij. We moeten echter wel opschieten
want we zien de kinderen en verkopers al naar ons toe rennen. Gelukkig zijn we
allemaal op tijd klaar voordat de hele meute bij de bus aankomt. We stappen
gauw weer in en vervolgen onze weg naar Debark. Een klein uurtje later komen we
bij de ticket office voor het nationale pasr aan. Mara gaat smane met de
chauffeur kaartjes kopen zodat we vanmiddag onze wandeling door het nationale
park kunnen maken. Als ze terug komt heeft ze twee gewapende bewakers bij zich,
die ons gaan bescherming tegen de wilde dieren in het nationale park. Vanaf de
ticket office is het nog een klein stukje rijden naar het Simen Park Hotel. Dit
moet het 'slechtste/eenvoudigste' hotel van de reis zijn. De omgeving bestaat
uit allemaal met de hand gebouwde hutjes. Het is enorme bedrijvigheid en veel
mensen lopen op straat. De 'hotel' balie is net zo groot als een toilet er kan
dan ook maar een iemand binnen staan. Het hotel bestaan uit twee delen, een oud
en een 'nieuw' deel. Marja doet haar best ons in het nieuwe deel te krijgen en
we hebben geluk. De andere groep is nog niet gearriveerd dus wij hebben eerste
keus. Via een smal steegje lopen we naar het 3 verdiepingen tellende gebouw.
Onze kamer ligt op de tweede verdieping. Als we de deur open doen, zien we 2
stalen bedden met keurige lakens en deken. De badkamer is ook erg eenvoudig
maar we hebben warm water. We zetten snel de spullen op de kamer en gaan weer
naar beneden voor de lunch. Het restaurant ziet er ook heel eenvoudig uit. Het
is een lege kamer met een aantal tafels en stoelen. We krijgen als eerste een
tomaten soepje. Het smaakt prima maar we lachen ons rot als we zien wat voor
leuke plastic kinderborden we hebben. De hoofdmaaltijd bestaat uit een bord met
rijst en groente, helaas geen vlees want we zitten in de vasten periode voor Pasen.
Rond één uur vertrekken naar het Simien National Park
voor onze drie uur durende wandeling. Het is ongeveer een uurtje rijden
over een stoffige niet geasfalteerde weg. De bus blijkt ook niet helemaal ‘waterdicht’
want binnen no time kunnen we in de bus ook geen hand voor ogen meer zien. Het
blijft wonderlijk om te zien hoe onze chauffeur zijn weg vind in het niets. Tussen
al het stof zien we wel een bijzonder landschap voorbij schuiven. Hoge rotsachtige
heuvels met hier een daar een mooie acacia boom. Het landschap wordt abrupt
doorsneden met geulen, die vaak gevormd zijn door erosie. Vlak nadat we met de bus de officiële entree poort
van het park passeren, stopt de bus. De gids wijst ons op een enorme kolonie
Gelada apen. Deze apen danken hun naam aan de naakte, lichtroze, hartvormige
plek op de borst van de mannetjes die bij opwinding donkerrood wordt.
Dit
'bloedend hart' wordt in het Amhaars ch'elada genoemd. Bij de vrouwtjes zwellen
rijen wratten op deze naakte plek in de bronsttijd op, zodat het lijkt of ze
een halsketting draagt. Ze zijn nauw verwant aan de bavianen. We mogen uit de
bus om foto’s te maken. We blijven allemaal netjes op de weg staan, maar de
gids geeft ons aan dat we dichterbij kunnen gaan. Heel voorzichtig lopen we
dichter naar ze toe. Het zijn er echt ontzettend veel en ze kijken niet op of
om naar ons. Ze plukken met hun handen het gras en schuifelen op hun kont
voorbij. Komisch is wel dat ze zich telkens wegdraaien van de camera. Ze hebben
ons dus wel degelijk in de gaten. We stappen we in de bus voor het laatste
stukje naar het begin punt van onze wandeling. Aangezien we op nogal grote
hoogte zitten is er besloten om alleen maar af te dalen. In eerste instantie
vind ik dat ontzettend jammer maar na wat meters gelopen te hebben, ben ik
overtuigd dat het een goede keuze is. Het landschap is echt prachtig in ons
gezelschap is een speciale gids van het park. Hij vertelt ons ronduit over de
dieren, planten en bomen in het park. Hij is schijnbaar gewend om door het park
te lopen want hij rent er haast doorheen. We krijgen geen tijd om te genieten.
We geven aan dat we het tempo wat omlaag willen hebben om wat meer om ons heen
te kunnen kijken. We zien helaas helemaal geen andere dieren. Wel een groepje
kinderen wat iedere keer een nieuwe plek zocht om hun waar te verkopen. Na 2
uur wandelen komen we alweer bij de bus aan. We zijn het niet eens dat we nu al
moeten vertrekken. In de reisbeschrijving is ons een wandeling van 3 uur
belooft. Hevig teleurgesteld lopen we terug naar de bus. Via de hobbelige en
zanderige weg rijden we terug naar ons hotel. Als compensatie mogen we het
laatste stukje naar het hotel lopen. Dat is ook een hele belevenis. Binnen no
time zijn we omringt door kinderen die ons een handje willen geven. Maar ook
volwassene komen nieuwsgierig naar ons kijken.
Rond 6 uur komen weer bij het hotel aan. We hebben nog
ruim 2 uur de tijd voordat het diner gepland staat. Als we merken dat we ineens
warm water hebben, duiken we met zijn tweeën onder de douche. We lachen ons
rot, want zo ruim en handig ingedeeld is de douche niet, maar ja voor een beetje
warm water heb je heel veel over. Het diner wordt weer in het hotel genuttigd.
We zitten weer in de eenvoudige kamer met het leuke kinderbestek. We krijgen
een buffet voorgeschoteld met krootjes, patatjes, rijst met spinazie, rijst
met peen, spaghetti, witte kool, aardappelsalade, kip, ei, banaan en brood. Het
is niet alleen super uitgebreid maar ook bijzonder smakelijk. We eten onze buikjes lekker rond. Rond 9 uur
trekken we ons terug op onze kamer. We sluiten onze ogen en vallen genietend in
slaap.